201619

In memoriam Jo Smit (1921-2016) 

Een verkorte tekst, vanwege de beschikbare tijd, is uitgesproken tijdens de crematieplechtigheid op 17 maart 2016

Beste Marina, Rob, Yvonne, familie, genodigden, vrienden en sportvrienden

Jo Smit was in 1942 één van de oprichters van de tennisclub Iduna. Deze oprichting vond plaats bij hotel-restaurant Noord-Brabant, toen nog gevestigd aan de Utrechtse Marieplaats.

Lang geleden, in een tijd dat ik nog ik nog “meneer Smit” zei, heb ik met hem over de oprichting gesproken. Hij was helder, maar uitweiden - zéér in tegenstelling tot andere momenten - was niet zo nodig.

“De tijd in ’42 was moeilijk, later nog veel meer. Je moest doorgáán en tennissen was leuk voor de mens.

Door zo’n vereniging had je fijne sportieve contacten met … leuke dames … en heren. Je kon je zinnen verzetten.”

Op mijn vraag over het duidelijk aanwezige oranje in de clubkleuren zei hij slechts:

”Dat deed je toen bewust. … Het was niet anders.”

Dat later de clubkleuren een belangrijke rol zouden spelen, was toen onvoorzienbaar.

Onze medegrondlegger Jo is bekend bij de jonge generatie uit de verhalen, maar de ouderen onder ons kennen hem persoonlijk en onderkennen zijn onmetelijke inzet voor onze vereniging. Indien de uitdrukking twenty-for-seven toen al bestaan had, was die zeker van toepassing. De rouwkaart meldt treffend ”Jo geloofde in Iduna”. Krachtiger is dat mijns inziens niet te formuleren. Tot op hoge leeftijd, eventueel met krukken, bezocht hij Algemene Ledenvergaderingen en clubtoernooien.

De Noorse godin van de eeuwige jeugd Iduna, werd in ‘42 de naamgeefster van onze vereniging. Op de kaft van de clubbladen stond Iduna, toen ik jeugdlid was, in al haar schoonheid frivool onder een boom. Naakt en helaas alleen slechts ruggelings te bewonderen. Zij deelde oranje appels uit aan niet afgebeelde goden, zo leert ons de mythologie. Maar misschien was het wel aan Jo en de leden van Iduna, die daarmee de eeuwige jeugd voor zichzelf probeerden veilig te stellen?

Jo was een markant, onverzettelijk .. en enigszins eigenzinnig bestuurder. Nagenoeg alle functies heeft hij bekleed in alle secties, van voorzitter tot wedstrijdsecretaris. Binnen en buiten de vereniging. Wanneer hij wedstrijdschema’s moest maken deed hij dat met potlood. Zo’n potlood met op de achterzijde een gum. Op de foto, die gebruikt is op de rouwkaart zien wij hem met een dergelijk potlood. In de huidige tijd met computerschema’s redelijk verrassend, toen uiterst efficiënt.

Toen de omnivereniging haar bewogen einde in 2000 kende, zat Jo, samen met anderen, bij de notaris. Vanaf 7 september 2000 gingen de voormalige secties lawntennis, badminton en tafeltennis door als zelfstandige verenigingen. Het moet voor Jo zeer indringend geweest zijn, maar … het was niet anders.

Volkomen terecht is Jo benoemd tot erelid van onze vereniging en daarenboven ontving hij een Koninklijke onderscheiding. De uitreiking van de versierselen vond plaats tijdens het vijftig jarig bestaan van onze vereniging in ‘92. In een buitengewone feestweek werden de versierselen opgespeld bij een verraste en zichtbaar ontroerde Jo. Het had hare Majesteit behaagd. Speelde het oranje op de achtergrond ook een rol?

Bij de vele sportuitwisselingen met verengingen uit binnen- en buitenland was Jo permanent een drijvende kracht aan Nederlandse zijde. Toen groeiden langdurige vriendschappen.

Dat maakte zijn kerstkaarten-schrijverij tot een immense marathon, die hij tot op zeer hoge leeftijd met veel enthousiasme heeft volgehouden.

Zo was het ook met het organiseren van reünies voor leden en oud-leden van ULTC-Iduna.Doe ik de vereniging tekort door te zeggen dat het misschien wel zijn reünies waren?

Jo had vele contacten en het eeuwigdurende adressenbestand. Hij verzorgde de uitnodigingen en genoot intens. Daarbij wel verzuchtend dat die of die niet aanwezig konden zijn. Ziek, te oud of overleden. De tijd ging uiteraard verder en van de oprichters en spelers van het eerste uur waren er nog maar enkelen.

In De Bilt/Bilthoven was in de jaren zeventig geen tafeltennisvereniging. Deze werd opgericht onder de naam ULTC-Iduna. Deze verbreding van de vereniging vond Jo een prachtige ontwikkeling. Het was een al eerder betreden pad met Wilskracht en ULTC. De vereniging groeide succesvol qua volume en niveau. Mede dankzij de enorme inzet van vele fantastische vrijwilligers groeide de vereniging opnieuw naar landelijk niveau.

Begin jaren tachtig waren de clubkleuren een belangrijk item bij tafeltennis. Het moest anders en moderner vond de jeugd. Enquêtes werden gehouden en discussies gevoerd: een ware actiegroep, bereid tot schisma, ontstond.

Enerzijds “historie, waarden, traditie” en anderzijds “dat bruin/oranje is niet meer van deze tijd”. Lastig vergelijkbare grootheden.

Een verschil tussen verenigings- en speelkleuren was de lenige bestuurlijke oplossing.

Tafeltennissend speelde de omnivereniging landelijk weer mee op het allerhoogste niveau. In die tijd was Jo ook wedstrijdleider van clubtoernooien. Met slechts negen wedstrijdtafels, een potlood met gun en vele toppers, die elkaar sportief naar het leven stonden, moest Jo het één en ander in goede banen leiden.

Hij regelde, organiseerde en was in zijn element. Een secundaire arbeidsvoorwaarde voor de toernooidirecteur was indertijd een fles rode port.

Dat toernooien in tijd veel uitliepen was geen gevolg van zijn planning. Het innametempo van de port wel!

Spelers werden vervolgens verwezen naar baan 6 in plaats van tafel 6. Dan ben je toch in hart en ziel een omni-man!

Iduna biedt en bood ook ruimte aan spelers op minder hoog niveau. Jo was er in zijn latere jaren zelf zo één. Overigens niet onverdienstelijk en uiteraard in bruin of oranje gekleed. Het is uitermate kras, wanneer je ver in de tachtig, lopend mét een kruk op een familietoernooi verschijnt en vervolgens zónder kruk wedstrijden speelt. Zijn toenmalige “familielid” Dinand spreekt nog steeds in bewondering over zijn atletische voorkomen en inzet.

Naast alle sport was er uiteraard ook het gezin Smit met Annie en de twee kinderen, Marina en Rob. Dat het familieleven sinds ‘42 in het teken van Iduna stond, moge helder zijn.

Annie was daarbij .. zijn Iduna .. zijn godin van de eeuwige jeugd, zijn steun en toeverlaat. Daarnaast zorgde Annie dat Jo letterlijk ter bestemming kwam. Zij deed dat tot op hoge leeftijd trouw.

Ik was eenmaal getuige op de achterbank. Jo zei: “ links en rechts” en Annie chauffeerde. Dat Jo soms, wanneer de hoek al gepasseerd was links of rechts zei, was soms teveel voor haar reactievermogen. Zij reageerde logischerwijs te laat.

Mag ik het kort samenvatten? Ik ben keurig thuisgekomen, maar het was leuk om zo uitgebreid te kunnen genieten van een rondleiding door mijn eigen wijk.

Rooseveltlaan 655 te Utrecht was 55 jaar het vertrekpunt. Jo voelde zich er thuis. De laatste jaren markeerden zich helaas door een sterk afnemende gezondheid. Eerst lichamelijk en later ook geestelijk. Wanneer ik hem bezocht was de toonsoort van onze gesprekken prima, maar inhoudelijk waren er steeds meer beperkingen.

Herinneringen kon ik desondanks goed met hem delen. Wanneer ik nu nog komend uit Papendorp over de Prins Clausbrug rijd, kijk ik altijd even naar het juiste balkon op de zesde verdieping. Rijtjeshuizen vond de ingenieur maar kippenhokken zonder uitzicht! Deze flatwoning is veel mooier. Wat een uitzicht.

Met het stijgen van de jaren veranderde helaas Jo zijn uitzicht.

We zijn Jo veel dank verschuldigd.

De bloemen, die nu zijn kist sieren, zijn uiteraard in onze clubkleuren en het oranje lint bevat kernachtig de tekst: Jo bedankt!

Het is niet anders.

door: Otto Staal